“Rứa” is een dialectwoord dat veel gebruikt wordt in Centraal-Vietnam. Het woord wordt gebruikt voor nadruk en is vergelijkbaar met het woord “zo” of “dus” in het Nederlands. “Rứa” hoor je vaak in gesprekken tussen mensen uit de provincies Nghệ An, Hà Tĩnh, Huế, Quảng Ngãi en Quảng Bình. De vraag “Con đi mô rứa?” betekent bijvoorbeeld “Waar ga je naartoe?”.
Naast “rứa” kent het Centraal-Vietnamese dialect nog veel meer karakteristieke woorden, zoals “mô”, “tê”, “răng”. Om de betekenis van “chi mô răng rứa” beter te begrijpen, moeten we elk woord afzonderlijk bekijken.
- Mô: Vraagwoord dat “waar” betekent. Voorbeeld: “Anh đi mô rứa?” (Waar ga je naartoe?).
- Tê: Woord dat een locatie aangeeft, vergelijkbaar met “daar” of “ginds”. Voorbeeld: “Cái tê là cái chi?” (Wat is dat daar?).
- Răng: Betekent “hoe” of “waarom” in een vraag. Voorbeeld: “Cái ni mần răng?” (Hoe doe je dit?).
- Chi: Net als “mô” wordt “chi” gebruikt in vragen en betekent het “wat”. Voorbeeld: “Em đang muốn lấy cái chi chi?” (Wat wil je pakken?).
- Rứa: Zoals eerder uitgelegd, betekent “rứa” “zo” of “dus” en wordt het gebruikt voor nadruk.
Wat betekent “chi mô răng rứa” dan precies? De zin kan vertaald worden als “Wat, waar, hoezo?”. Het drukt een vraag uit, een verlangen om iets te begrijpen. “Mô tê răng rứa” betekent dan weer “Waar daar, hoezo?”.
De dialectwoorden uit Centraal-Vietnam worden vaak op een flexibele manier gecombineerd om zinnen te vormen met een specifieke betekenis. Voorbeelden:
- “Mi đang mần cái chi rứa?” (Wat ben je aan het doen?).
- “Em có biết cái chi mô” (Ik weet niets).
- “Rứa hắn đang ở mô? Răng sáng giờ em tìm mà chả thấy mô? Rứa hắn đang ở tê răng?” (Waar is hij? Waarom kan ik hem nergens vinden? Is hij daar?).
Het gebruik van “rứa”, “mô”, “tê” en “răng” is kenmerkend voor het Centraal-Vietnamese dialect en draagt bij aan de rijkdom van de Vietnamese taal. De diversiteit in woordgebruik weerspiegelt de rijkdom en het unieke karakter van de regionale cultuur.
Mensen in Centraal-Vietnam gebruiken “rứa” in verschillende contexten. Voorbeelden:
- Mi đi mô rứa? (Waar ga je naartoe?)
- Chi rứa? (Wat is er?)
- Có chuyện chi rứa? (Wat is er aan de hand?)
- Răng rứa? (Waarom?)
- Cái ni mần răng rứa? (Hoe doe je dit?)
Let wel op dat je bij het gebruik van dialect de juiste context en een beleefde houding hanteert en respect toont voor de luisteraar. Gebruik dialect niet om te plagen of om regionale verschillen te benadrukken. Het begrijpen en correct gebruiken van dialectwoorden zal je helpen om effectiever te communiceren met mensen uit Centraal-Vietnam en de cultuur van deze regio beter te ervaren.